Napoléon Coste (1805-1883) werd geboren in Doubs, Frankrijk, als zoon van een voormalige officier van het leger van Napoleon Bonaparte. Zijn eerste gitaarlessen ontving hij van zijn moeder. Reeds als tiener gaf hij recitals en was hij docent. Op 24-jarige leeftijd vertrok hij naar Parijs en studeerde hij bij Fernando Sor, en kwam bovendien in contact met de andere grote gitaristen van zijn tijd, zoals Dionisio Aguado, Matteo Carcassi en Fernando Carulli. Vanwege zijn virtuositeit kon hij weliswaar in zijn levensonderhoud voorzien, maar - omdat de populariteit van de gitaar alweer over het hoogtepunt heen was - viel het hem moeilijk een geschikte uitgever te vinden voor zijn composities. Een groot gedeelte van zijn werk is bijna een eeuw in de vergetelheid geraakt en werd pas weer uitgegeven vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw, niet in het minst door de inspanningen van Simon Wynberg.
De loopbaan van Coste als uitvoerend musicus kwam in 1863 tot een voortijdig einde, toen hij zijn arm brak, waarna hij zich volop wijdde aan het componeren. Bij zijn dood in 1883 liet hij 53 composities met opusnummer na, en een aantal werken zonder opusnummer. Napoléon Coste speelde doorgaans op een zevensnarige gitaar.
Zijn opus 38 - met 25 études - is tegenwoordig nog steeds een standaardwerk voor de gevorderde klassieke gitarist.

Napoléon Coste