zondag 2 maart 2008

Miguel Llobet




In het algemeen wordt aangenomen, dat het Andrés Segovia is geweest, die vanaf het begin van de vorige eeuw het voornaamste pionierswerk heeft verricht om de klassieke gitaar een plaats te doen veroveren als een volwaardig concertinstrument. In zijn autobiografie beschrijft Segovia de lange en moeizame weg, die hij als autodidact heeft moeten afleggen, dit bij gebrek aan een geschikte leraar. Nu zijn er anecdotes bekend, die een ander licht werpen op de beweringen van de grote meester. Zo is het bekend, dat Segovia meermalen contact heeft gehad met een andere grootmeester van de klassieke gitaar: Miguel Llobet. De vermelde contacten met Llobet – rond 1915 - zouden ‘slechts een adviserend karakter’ hebben gehad, zonder enige verdere invloed op zijn spel, aldus Segovia. Later liet hij zich ambivalent uit over Llobet, die hij weliswaar bewonderde om zijn virtuositeit, maar toch zijn toonvorming niet bepaald kon waarderen; hij vond die te ruw en ongepolijst.

Miguel Llobet (1878 – 1938) werd geboren in Barcelona en overleed tijdens de Spaanse burgeroorlog. Als zoon van een beeldhouwer, zou hij zich ook ontwikkelen als kunstschilder, wat hij zijn verdere leven zou blijven beoefenen. Na aanvankelijk lessen te hebben gevolgd op viool en piano, ontving hij zijn eerste gitaarlessen van Magí Alegre. Vanaf 1894 ging hij studeren bij Francisco Tárrega (1852 – 1909). Het is Tárrega, die wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne gitaartechniek. Hij was een vooraanstaand pedagoog en maakte voor het instrument vele transcripties van bekende componisten. Omdat hij overleed toen Segovia 16 jaar oud was, is het niet aan te nemen, dat de laatste hem persoonlijk gekend heeft. De belangrijkste leerling van Tárrega was dan ook Miguel Llobet.
Vanaf 1898 gaf Llobet recitals in onder meer Málaga, Sevilla, Parijs, Noord- en Zuid Amerika, en vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in Duitsland, België en Nederland.

De plaatopnamen van Llobet zijn beperkt en stammen uit het jaren 1925 - 1929. Nadat hij in 1938 overleed, vermoedelijk aan de gevolgen van pleuritis, zou de loopbaan en de roem van Andrés Segovia nog een halve eeuw voortduren. Toen Segovia in 1987 het concertpodium definitief de rug had toegekeerd, stierf hij kort daarna op 94-jarige leeftijd, rustig thuis, tijdens het kijken van televisie...

vrijdag 23 november 2007

Niño Josele

Flamencogitarist Niño Josele (Juan José Herredia) werd in 1974 in Almeria, Spanje geboren. Deze telg uit een familie, waarin de flamencogitaar al generaties lang bespeeld werd, is een pur sang vertolker van het genre. Niño Josele is een van de vele musici, die de grenzen van het genre opzoekt en deze met succes weet te overschrijden. Het ligt voor de hand dat, naast het integreren van Zuidamerikaanse en Arabische invloeden, er ook kruisbestuivingen tussen jazz en flamenco plaatsvinden; zo werd Niño Josele, behalve door Elton John en Lenny Kravitz, ook door saxofonist Joe Lovano gevraagd. Verder werd Niño Josele geïmponeerd door de muziek van de legendarische jazzpianist Bill Evans (1929 – 1980), en ging hij – veelal op het gehoor – diens muzikale taal en composities toepassen in zijn spel, waarbij de muziek van Bill Evans goeddeels aangepast en naar de hand werd gezet van de flamenco-meester. Het resultaat is de CD “Paz” uit 2006, die een boeiende mix van flamenco en jazz bevat.

“De muziek uit mijn gitaar moet vrij zijn, aan niets gebonden”, aldus Niño Josele.

Photo Sharing and Video Hosting at Photobucket

Niño Josele

donderdag 1 november 2007

Napoléon Coste

Napoléon Coste (1805-1883) werd geboren in Doubs, Frankrijk, als zoon van een voormalige officier van het leger van Napoleon Bonaparte. Zijn eerste gitaarlessen ontving hij van zijn moeder. Reeds als tiener gaf hij recitals en was hij docent. Op 24-jarige leeftijd vertrok hij naar Parijs en studeerde hij bij Fernando Sor, en kwam bovendien in contact met de andere grote gitaristen van zijn tijd, zoals Dionisio Aguado, Matteo Carcassi en Fernando Carulli. Vanwege zijn virtuositeit kon hij weliswaar in zijn levensonderhoud voorzien, maar - omdat de populariteit van de gitaar alweer over het hoogtepunt heen was - viel het hem moeilijk een geschikte uitgever te vinden voor zijn composities. Een groot gedeelte van zijn werk is bijna een eeuw in de vergetelheid geraakt en werd pas weer uitgegeven vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw, niet in het minst door de inspanningen van Simon Wynberg.
De loopbaan van Coste als uitvoerend musicus kwam in 1863 tot een voortijdig einde, toen hij zijn arm brak, waarna hij zich volop wijdde aan het componeren. Bij zijn dood in 1883 liet hij 53 composities met opusnummer na, en een aantal werken zonder opusnummer. Napoléon Coste speelde doorgaans op een zevensnarige gitaar.
Zijn opus 38 - met 25 études - is tegenwoordig nog steeds een standaardwerk voor de gevorderde klassieke gitarist.

Photo Sharing and Video Hosting at Photobucket

Napoléon Coste

donderdag 25 oktober 2007

Johann Kaspar Mertz


In het begin van de 19de eeuw maakt de populariteit van de gitaar een grote opleving door in Europa, met name in de culturele centra zoals Parijs, Londen en Wenen. In alle lagen van de bevolking maakte de gitaar een snelle opgang. Het was de periode van de grote klassieke componisten, zoals Beethoven, Mozart en Haydn, en van de Romantiek. In de muzikale kringen rond de componist Franz Schubert werd het instrument bespeeld. De vioolvirtuoos Nicolo Paganini was ook een uitstekend gitarist en componeerde voor de gitaar.
Virtuosen zoals Fernando Sor, Dionisio Aguado en Napoléon Coste maakten furore en genoten grote populariteit. Veel composities en études uit deze periode zijn min of meer verplichte kost voor de student klassieke gitaar. Een van de betere en meer interessante gitaristen uit die tijd is naar mijn smaak geweest de in Pressburg, Slowakije geboren Johann Kaspar Mertz, (1806 – 1856). Hij was een van de laatste grote coryfeeën van die tijd, toen de populariteit van de gitaar alweer sterk afnam en zij bijna in de vergetelheid raakte.
Mertz was vanaf 1840 actief in Wenen, en had als gitaarvirtuoos een gedegen reputatie. Hij maakte, samen met zijn vrouw, de concertpianiste Josephine Plantin, toernees door Moravië, Polen en Rusland en trad op in Berlijn en Dresden. In 1846 stierf Mertz bijna vanwege een overdosis strychnine, die hij voorgeschreven kreeg voor zijn aangezichtspijnen. Kort voor zijn dood in 1856 nam hij deel aan een compositiewedstrijd, uitgeschreven door de Russische gitaarviruoos Nicolai Makaroff (1810 – 1890). Mertz won de eerste prijs, Napoléon Coste werd tweede. Vanwege het plotselinge overlijden van Mertz ging de eerste prijs alsnog naar Coste.
In tegenstelling tot Fernando Sor en Dionisio Aguado, die de klassieke stijl van Mozart en Haydn navolgden, was de gitaarmuziek van Mertz meer geïnspireerd op de pianistische voorbeelden van Chopin, Mendelssohn, Schumann en Schubert.
Het belangrijkste werk van Mertz - en ook een belangrijke bijdrage aan het repertoire – is de Bardenklänge uit 1847, geheel in de stijl van Schumann.

Photo Sharing and Video Hosting at Photobucket

Johann Kaspar Mertz

zondag 21 oktober 2007

Een engel op de gitaar


Op de diverse gitaarfestivals en masterclasses die ik ongeveer tien jaar geleden bezocht, was zij vaak te zien en te horen: de Canadees/Roemeense, blindgeboren gitariste Ioana Gandrabur. Een opvallende persoonlijkheid, muzikaal en virtuoos.
Ook vanwege het eigen toegenomen bezigzijn met de klassieke gitaar, is het bekijken van video’s op youtube een leerzame en informatieve bezigheid geworden, met name voor de stukken waar op gestudeerd wordt. Zodoende vond ik Ioana Gandrabur weer terug op diverse video’s, waar zij onder meer de prelude en de fuga uit BWV 997 van J.S. Bach vertolkt. Nog steeds maakt ze grote indruk, niet in de laatste plaats door de bijna bovenaardse bezieling, die in haar spel doorklinkt.

www.ioanagandrabur.com



zaterdag 20 oktober 2007

Jim Hall


Jim Hall (1930) studeerde af aan het Cleveland Instute of Music in 1955, met een Bachelors degree in muziek. In datzelfde jaar vertrok hij naar Los Angeles, waar hij al snel de erkenning en het respect verwierf van gevestigde jazzmuzikanten. Bijna meteen werd hij bij het Chico Hamilton trio aanbevolen als vervanger van Howard Roberts. Gedurende 1959 was hij op toernee met Hamilton en maakte opnamen, en ook in dezelfde tijd speelde hij en maakte platen met Jimmy Giuffre.

De eerste opnamen van Jim Hall, in het bijzonder die met Chico Hamilton, lieten de invloed van Charlie Christian en Django Reinhardt horen. Net als bij zijn tijdgenoten leek het spel van Hall dan ook sterk op dat van Christian en Reinhardt. En Jim Hall gaf toe dat deze beiden van grote invloed waren op zijn stijl. De opnamen met het Chico Hamilton Trio (Pacific Jazz 1220) zijn waarschijnlijk gemaakt vlak nadat Hall zich in Los Angeles vestigde, zodat zij zijn stijl en techniek uit die vroege periode goed weergeven. ‘Porch Light’ laat zien dat hij goed zijn licht had opgestoken bij Charlie Christian, maar bij nauwkeurig luisteren naar ‘Autumn Landscape’ en de daaropvolgende plaatopnamen die hij bij Chico Hamilton maakte laten zien dat Jim Hall de jazzgitaar in een nieuwe richting leidde. Zijn bijna te eenvoudig klinkende 8 maten improvisatie op ‘Autumn Landscape’ laten de ingehouden melodische stijl van spelen zien die het kenmerk zou worden van zijn benadering van jazzgitaar.

In dezelfde tijd maakte Jim Hall opnamen met Jimmy Giuffre, en drie plaatopnamen met hem zijn klassiekers geworden voor blazers en jazzgitaristen. Op deze opnamen legde Hall nogmaals de nadruk op eenvoud van stijl die de complexiteit van zijn interpretaties van Jimmy Giuffre’s arrangementen logenstraft.

Jim Hall verhuisde naar New York in de jaren ’60 en maakte daar opnamen met Sonny Rollins, Lee Konitz, Art Farmer en Bill Evans. De prachtige duo opnamen die hij maakte met Bill Evans verschenen in de jaren ’60. Deze kleine bezetting, in combinatie met de ingewikkelde arrangementen van Evans, gaf Hall de gelegenheid om te laten zien wat inmiddels zijn handelsmerk was geworden.

De gehele laatste vijfentwintig jaar van de twintigste en verder in de eenentwintigste eeuw, is Jim Hall doorgegaan met spelen en opnemen. Hij is daarbij niet al te ver afgedwaald van zijn oorspronkelijke stijl en techniek, maar het lijkt erop dat hij zich altijd in zijn muziek ontwikkeld heeft. In de jaren ’70 en ’80 maakte hij een klein aantal opnamen voor het Concord Records label, en daaronder het meest in het oog springend: ‘Jim Hall’s Three’. In de jaren ’90 ging Hall verder met opname sessies onder eigen leiding en maakte hij platen met Pat Metheny, Mike Stern en Itzhak Perlman.

In ‘Just Guitar’ nummer 8 van augustus 1996, Q & A Jim Hall, pagina 63, zei Hall, toen hem gevraag werd hoe zijn spel in de loop der jaren veranderd is: “Ik hoop dat het beter geworden is. Ik begon ermee om als Charlie Christian te klinken en zou eigenlijk nog steeds zoals hem willen klinken. Maar, vanaf het doorlopen van het Institute of Music tot aan wat ik daarna allemaal heb gedaan, is mijn spel veranderd en ik hoop dat het blijft veranderen – niet omdat je het waardevolle wil weggooien, maar omdat je altijd wil blijven groeien.”


Photo Sharing and Video Hosting at Photobucket

Jim Hall